Goed of fout… we lijden er aan

‘Ik heb het gevoel dat ik het nooit goed doe…’. ‘Ik ben zo bang om fouten te maken’, ‘ik heb het fout gedaan en ik schaam me zo’.
Zoveel mensen die hiermee rondlopen en onder gebukt gaan. Het is een tweedeling, een waterscheiding tussen ogenschijnlijk twee werelden.
Het rechte pad volgen of buiten de maatschappij vallen, positief of negatief.
De Amerikaanse cultuur lijkt er het beste in te zijn: de extremen. In true crime gaat het over de totale onschuld tegenover totaal evil. De cowboy en de indiaan, zo begon het en het eindigde in een bloedbad. De witte en de zwarte en de ongelijkheid, het noorden en het zuiden. Republikeins of democratisch.
Als kind leer je van je ouders en op school wat goed is en wat fout. Voor goed krijg je een sticker en voor fout niks of een aantekening of een straf.
Elke familie heeft ook zo haar eigen ‘code’ voor wat goed is en fout, wat je wel doet en niet doet. Zo hoor je er bij.
De religieboeken gaan er ook steeds over. Ben je goed, dan ga je naar de hemel of het paradijs, ben je fout, ga je naar de hel. De tien geboden.
In de religiegebouwen wordt in preken, khutbahs (islam), derasha’s (joods) uitgelegd hoe je goed bent en wat fout is. 
Waarom zijn we hier zo mee bezig, met regels, met indelen.
Wezenlijk gaat het over angst en controle. Macht uitoefenen over de ander. De ander moet aan iets voldoen. Een ander laten volgen in een bepaalde systematiek. Het kleuren binnen de lijntjes.
Het is echt iets van de mind.
En daar moeten we niet zijn. Wat ons echt mens maakt, is ons hart. Wat we voelen in ons hart. 
Het klopt of het klopt niet. Voor jou en de ander kan dat ook voelen. 
We hoeven dat niet bijgebracht te krijgen, of gedicteerd. Dat leidt ons alleen maar af.
Ons hart voelt niet in goed of fout. Ons hart wordt geraakt en voelt het geheel.
Als we daar zijn en daar naar luisteren, zijn we thuis, in onszelf.
En dat wat er overheen ligt, is ons verhaal. Daar kunnen we elkaar ontmoeten.