Lijden onder goed of fout

‘Ik kan het nooit goed doen… zo bang dat ik een fout maak.’
Zoveel mensen die hiermee rondlopen, daaronder gebukt gaan.
De Amerikaanse cultuur is doordrenkt van deze extremen. You’re either good or evil. De cowboy en de indiaan.
En er kwam een bloedbad.
De meeste religieboeken gaan hier ook over. Wat is goed en wat is fout. Je moet goed doen en boeten voor fout, de zonde. Daar moet je als kind over leren bij je ouders en soms ook nog in een gebouw, een kerk, een synagoge of een moskee. 
Daar vertelt een meneer (meestal) die vertelt hoe het zit, hij vertelt verhalen en dat moet je geloven. Als je jong bent voel je waarschijnlijk vooral de ernst van wat er wordt verteld, van het stil zitten in de bank, het luisteren van de ouders, het meezingen van de ouders. Met het opgroeien is het geinstalleerd in je systeem.
Elk gezin, elke familie heeft zo zijn eigen code voor goed en fout. Voor ‘hoe hoor je er bij’.
En waarom? Waarom moeten we zo bezig met goed en fout? Waarom zijn er tien geboden? Waarom zijn er normen en waarden?
Uiteindelijk gaat het over angst en controle. Macht over de ander. Iemand moet het rechte pad lopen. Iemand moet de regels volgen. Iemand moet volgen.
Het is niet nodig om in goed of fout te denken, te oordelen of in te delen. Dat is iets van de mind en het zorgt voor een ernstige tweedeling.
Ieder mens heeft een hart. Ieder mens voelt wat klopt en wat niet klopt. En ieder mens heeft zijn/haar eigen verhaal en zijn of haar eigen manier. Daar mogen we elkaar in ontmoeten. Respectvol en volwaardig.